Informatie over de watertoren
Toen in 1881 de Utrechtsche Waterleidingmaatschappij (UWM) werd opgericht, dacht men niet gelijk aan de bouw van watertorens. Vanaf het oude pompstation op de Soesterheide (nu Soestduinen geheten) werd het heidewater naar een zogenaamd “hoogreservoir” op de nabij gelegen heuvel “de Stompert” gepompt. Onder natuurlijk verval stroomde het naar Utrecht.
Een sterke toename van het aantal aansluitingen leidde ruim 10 jaar later tot klachten over de waterdruk in de stad en men besloot uit te zien naar een terrein waar men een watertoren kon bouwen. Leuk detail is dat de keuze viel op de achtertuin van de toenmalige, aan de Breedstraat, wonende UWM-directeur, de heer P. Rijk.
Utrecht kreeg er later nog 3 watertoren bij. De watertoren in Lombok, werd in 1937 reeds afgebroken. De watertoren aan de Amsterdamsestraatweg huisvest een bedrijf en appartementen en de watertoren in Overvecht is nog steeds in bedrijf.
In 1895 werd met de bouw van de toren begonnen en binnen één jaar in 1896 was het bakstenen bouwwerk gereed. De watertoren aan de Lauwerhof is ontworpen door L.C. Dumont.
Bovenin de watertoren bevindt zich het reservoir met een inhoud van 1.500 m3. De bouwkosten van de 39 meter hoge toren bedroegen destijds 46.800 gulden.
De watertoren heeft het typische Intze-model, met een ver uitkragende kop.
De grond waarop de binnenstadstoren is gebouwd heeft een rijk verleden. Na de afbraak van het Predikherenklooster rond 1600 lag het enige tijd braak. Later werden er huizen gebouwd waarin ook Napoleon’s troepen onderdak vonden. Eind 1800 kocht de waterleverancier huizen aan in dit verpauperde gebied waar destijds leerlooijeren (vandaar de naam Lauwerecht) en andere vervuilende bedrijven gevestigd waren. Met de bouw van grote nieuwe woningen kreeg de wijk weer aanzien.
Sinds 1983 is de watertoren ook in gebruik als Waterleidingmuseum. Het honderdjarig jubileum van de waterleiding in Utrecht was aanleiding voor de totstandkoming van het museum.
Het museum werd opgericht door een aantal (ex-)waterleidingmensen die het verleden koesterden. Ook nu nog beschikt het museum over een enthousiast vrijwilligerskorps dat de rondleidingen verzorgt. Vrijwel alle vrijwilligers zijn afkomstig uit de “waterleidingwereld”, beschikken over een schat aan kennis en kunnen bovendien leuke anekdotes vertellen uit de praktijk.
Na een ingrijpende restauratie werd in 1994 het museum heropend door burgemeester Opstelten.
Het stalen casco van de toren was aangevreten door roest. Doordat roest uitzet werden de bakstenen naar buitengedrukt en onderstonden gevaarlijke situaties.
Zo’n 10 jaar later, in 2004, werd de watertoren van binnen ingrijpend verbouwd. Dit was nodig om aan alle veiligheidseisen voor het ontvangen van bezoekers te kunnen voldoen. Los van de dichtgemetselde ramen verkeert de buitenzijde van de toren nog in de oorspronkelijke staat.
Bouwjaar: 1896
Ontwerp: L.C. Dumont (UWM)
Hoogte: 39 meter
Reservoir type: Intze IM
Materiaal: ijzer
Inhoud: 1500 m3
Diameter: 14 meter